Dromen van een ander land

Ik til je uit bed, zo licht als een veertje
Je pyjama word je steeds meer te groot
Je gezichtje straalt,ik pakte je beertje
terwijl ik de kamerdeur sloot
we gaan naar beneden – terwijl je zegt;
ik heb gedroomd mam, of was het écht?

Ik liep op een pad langs bomen en water
het leidde mij naar een prachtige plek
daar woonde een man die potten kon maken
en ik heb in allen een stempel gezet
Toen ik klaar was at ik met Jezus
we plukten wat druiven en ook nog een peer
zo heerlijk sappig en weet je wat gek is ?
als ze op zijn dan dénk je er méér!

Ik was in een huis met nog heel veel kinderen
wij tekenden op een wit vel papier
maar toen ik het vel voorzichtig liet vallen
ging het niet zigzaggen, zoals hier
maar zakte het velletje recht naar beneden
alsof iets onzichtbaars het zweven liet
we hebben gelachen en weet je wat gek is?
Het papier raakt de grond gewoon niet!

Op een dag gingen we allemaal samen
De mensen die wilden, ophalen
mijn kleine broertje, liep aan mijn zij
Samen met Jezus in alle landen
liepen we, sprongen we, hand in hand
We zongen en riepen, wie wil er komen
Samen met ons naar dit prachtige land?

Wat denk je mam, zou ik het dromen
of mag ik ook naar de andere kant?

Zes dagen later sloot jij je ogen
Terwijl die van mij bleven zoeken naar jou
ik kleedde je in je laatste kleertjes
Ik hoefde niet meer te zorgen voor jou
Je pyjama wilde ik nooit meer wassen
Zodat ik jouw geur nog ruiken zou

ik dacht aan de dingen die jij had gezegd
je had gedroomd kind, ja. nú is het écht!

© Mieke Kroonen

Extra informatie

Afscheidsgedichten